Vlinders fotograferen

VLINDERS

16-08-2010 Ik merk dat deze pagina dagelijks meermaals wordt gegoogeld en doorgelinkt. Op basis van de zoekwoorden heb ik mijn originele tekst al aangevuld. Heb je nog een vraag die niet voorkomt in de uitleg, dan mag je me deze mailen (zie contact). Je krijgt zeker een reactie terug, en een antwoord op deze pagina zodat iedereen er iets aan heeft.

VOGELS VLIEGEN, VLINDERS OOK...
Vlinders beschikken net als vogels over het vermogen om te vliegen. Een macrofotograaf zal dat nog eerder weg-vliegen noemen. Want zelden zal je een vlinder dicht genoeg kunnen benaderen om hem beeldvullend te fotograferen.
Met wat geluk lukt het je om ’s namiddags een vlinder te fotograferen, die mooi op een bloemetje blijft zitten. Maar dat zal dan al eerder om toeval gaan.
Hoe pakt een doorgewinterd natuurfotograaf het aan? Deze zorgt dat hij voor zonsopkomst ter plekke is, en zijn vlinder al heeft gevonden. Op het moment dat de zon erdoor begint te komen, moet je al aan het fotograferen zijn.
Insecten koelen ’s nachts af, en door deze koelte worden ze inactief. ’s Morgens blijven ze dus netjes zitten. In de zomermaanden betekent dat om vijf uur ’s ochtends opstaan voor de natuurfotograaf. Dat is erg vroeg, maar je beleeft onvergetelijke natuurmomenten en vlinders en andere insecten zijn nu goed te fotograferen. Na een koele, mistige nacht vind je ’s ochtends misschien wel prachtig bedauwde vlinders. Het loont echt de moeite om zo vroeg op te staan. Want eens de zon de insecten voldoende heeft verwarmd, kunnen ze gaan vliegen.
VLINDERS_AARDBEIVLINDER1 VLINDERS_AARDBEIVLINDER2
Twee beelden van een aardbeivlinder, genomen in dezelfde situatie. Slechts enkele minuten verschil: het ene beeld toont de vlinder vlak nadat de zon is opgekomen, het andere beeld toont de vlinder even later. Je ziet dat hij zijn vleugels al open heeft, en klaar is om te gaan vliegen.
Het was trouwens lang zoeken naar deze vlinder, maar een beetje vooronderzoek maakte het iets makkelijker: ik wist waar ze overdag vlogen. Dat maakte het eenvoudiger om ze te vinden, maar ik heb toch nog zo’n 40 minuten (voor zonsopkomst!) een bosrand moeten afspeuren.

HOE EN WAAR VIND JE VLINDERS?
Het is niet eenvoudig om ’s ochtends een vlinder te vinden. Libellen zijn in dat opzicht makkelijker: je ziet ze beter hangen, en omdat deze vooral rond het water leven, vind je ze aan de randen van vennen. Vlinders daarentegen, die kunnen overal vliegen waar bloemen staan. Ga dus op zoek in bermen, hooilanden, op de vlinderstruik in je eigen tuin, …
Er zijn drie belangrijke factoren waarmee je rekening moet houden bij het zoeken van vlinders:

1. De vliegperiode
Elke vlindersoort heeft een bepaalde periode waarin ze vliegen. Meestal gaat het maar om een of enkele maanden. In die maand(en) moet je op zoek gaan naar de vlinders. De website waarnemingen.be kan daar een goed hulpmiddel voor zijn. Per soort kan je de waarnemingen in de gaten houden. Tijdens topweken zullen er veel waarnemingen worden toegevoegd. Vlindergidsen geven deze periodes ook nauwkeurig aan.

2. De waardplant
Dit is de plant waar de vlinder zijn eitjes op legt, en waarvan zijn leven en nageslacht in feite afhankelijk is. De waardplant van het groot geaderd witje is de adderwortel, en van het oranjetipje de pinksterbloem. Ik ken zo’n weilandje vol pinksterbloemen, en ik weet dat er in dat gebied oranjetipjes voorkomen. Het weilandje is zo’n 50 meter lang en 20 meter breed. Op een ochtend levert het me een halfuur zoekwerk op, om daar twee of drie vlinders te vinden. En bij de waardplanten zit je in feite bij ‘de bron’. Het vergt dus veel tijd, kennis en geluk om vlinders ’s ochtends aan te treffen.
VLINDERS_GENTIAANBLAUWTJE GROOT_GEADERD_WITJE
De waardplant is een aardig hulpmiddel om vlinders te vinden. Toch zit dit gentiaanblauwtje op dophei. Dat is net zoals het klokjesgentiaan, wel de waardplant, een plant van de vochtige heide. De vegetatie in die biotoop bestaat uit pijpenstrootje, klokjesgentiaan en dophei. Zoek dus ook op andere bloemen en staar je niet blind op de waardplant. Het groot geaderd witje zit dan weer wel op zijn waardplant: adderwortel. In de biotoop van deze vlinder vind je bijna niets anders dan deze roze bloemen.

3. Het weer
Weersomstandigheden zijn uitermate belangrijk voor de natuurfotograaf. Wanneer het ’s avonds of ’s nachts regent, kruipen vlinders lager tegen de grond, en zal het heel moeilijk worden ze te vinden. Het is dan bijna een kansloze zaak om er nog aan te treffen.
Het kan ook schitterend weer zijn ’s ochtends: mist, een prachtig, zacht gekleurde opkomende zon en je hebt al tien vlinders gevonden. Fantastisch! Helaas staat er een klein streepje wind, wat fataal is om nog een scherpe foto te nemen. Moedig van dat vroeg opstaan maar… volgende keer beter!
Hou dus steeds rekening met het weerbericht. Koude nachten met open hemel zijn interessant voor mist en dauw, maar als het ’s ochtends zo blijft zal de zon snel opkomen en je werktijd beperkt zijn tot een klein halfuurtje om in optimale omstandigheden te fotograferen. Wees dus op tijd ter plekke om je te installeren bij een vlinder tegen de zon opkomt. Voorspelt met slecht weer, maar ook wind, dan zal het moeilijk worden om scherpe foto’s te nemen. Een vlinder die aan een plantje hangt te slapen, is zoals een vlag aan een stok.

VROEG UIT BED
Eigenlijk gaat het er dus om, dat je bij geschikte weersomstandigheden op de juiste plaats ’s ochtends vroeg op zoek gaat naar vlinders. Dat geeft je de grootste kans op succesvolle foto’s. Je kan het evengoed overdag proberen. Want dan zitten vlinders met hun vleugels open, en ’s morgens hebben ze die nog dicht totdat de zon voldoende warmte uitstraalt.
Het verschijnen en verdwijnen van zon en maan noemt men de ‘efemeriden’. Op internet vind je hiervoor genoeg tabellen, om te controleren wanneer de zon opkomt. Zorg dat je een halfuur vroeger ter plekke bent. Zelf gebruik ik vaak de website van volkssterrenwacht Urania, waar de efemeriden op staan vermeld. Urania is gevestigd in Hove, en geeft voor de provincie Antwerpen de beste resultaten. Het KMI is gevestigd in Ukkel, waar een paar minuten verschil op zon een maan zitten. En ’s morgens is de tijd dubbel zoveel waard!
De voorbeeldfoto’s op de volgende pagina tonen een oranjetipje. Het eerste beeld is ’s ochtends vroeg gemaakt. Let zowel op het licht op de vlinder als op de achtergrond. Het tweede beeld is ’s avonds gemaakt, op een bewolkte, regenachtige dag. Het verschil in kwaliteit van foto moet niet worden beschreven…
Hierbij valt nog te vermelden dat dit de RAW beelden zijn; er zijn geen bewerkingen op de foto’s toegepast, om zo objectief mogelijk de lichtverschillen aan te tonen.VLINDERS_ORANJETIPJE1
’s Ochtends vroeg: zacht licht, het wit van pinksterbloemen in de achtergrond, mooi belichte vleugel waarvan de kleuren goed tot uiting komen.
VLINDERS_ORANJETIPJE2
’s Avonds laat: het groen is niet meer zo mooi, en de kleur van de vlinder komt niet echt tot uiting.

DAUW
Foto's van vlinders met volledig bedauwde vleugels vallen erg in de smaak. Een ideale ochtend daarvoor is eerder zeldzaam.
De mooiste dauw ontstaat op ochtenden waaraan een warme dag maar koude nacht vooraf is gegaan. In de zomer betekent dat een dag van 25 graden met daarop een nacht van 12 graden. De dauwdruppels liggen dan heel dicht bij elkaar.
Dauw tref je niet zo moeilijk aan, maar het moet mooie dauw zijn. Ik hou vooral van de fijne dauwdruppeltjes na een ijskoude nacht. Zijn de nachten wat warmer, dan zullen de dauwdruppels groter zijn en naar mijn smaak minder mooi. Maar je hebt het jammer genoeg niet voor het kiezen. Je moet nemen wat de natuur je te bieden heeft.
Wanneer de vlinder niet mooi bedauwd is, kan je van die gelegenheid eens gebruik maken om te experimenteren met een ander perspectief, of scherptediepte.

IN BEELD BRENGEN
Probeer om de vlinder voldoende beeldvullend te fotograferen. Een foto waar een hoop planten op staan en waarop je de vlinder nog moet zoeken, is geen vlinderfoto. Het is niet de bedoeling om een foto te maken in de zin van ‘hij staat erop’. Als macrofotograaf probeer je toch wel wat meer dan dat te bereiken.
’s Ochtends heb je dus het mooiste licht. Je kan dat licht op verschillende manieren gebruiken: met het licht mee of tegenlicht. Licht wanneer de zon hoog staat, of vlak nadat ze is opgekomen. De manier waarop je het licht gebruikt, bepaalt ook je positie ten op zichte van de vlinder.
Het zal niet steeds lukken om ’s ochtends vlinders te vinden. Je kan dan ook overdag naar hen op zoek gaan. Benaderen is dan veel moeilijker. Wees daarom voorzichtig, ga er rustig, stapje voor stapje op af, zonder bruuske bewegingen te maken. Met wat geluk geraak je dan voldoende dicht om de vlinder groot genoeg in beeld te krijgen. We spreken dan van een meter afstand of zelfs minder.

Volgende foto’s tonen een aantal manieren waarop je vlinders in beeld kan brengen:

VLINDERS_TWEEKLEURIG_HOOIBEESTJE VLINDERS_RINGOOGPARELMOER GAMMAUIL BEERVLINDER
Van links naar rechts: (1) Een vrij klassieke benadering van het tweekleurig hooibeestje: langs opzij gefotografeerd. (2) Een parelmoervlinder in tegenlicht: het licht schijnt door de vleugels waardoor ze mooi oplichten. Speel met licht! Weet alleen dat deze foto je lens richten is, afdrukken en fotograferen, want wanneer een vlinder na het doorkomen van de zon met zijn vleugels open gaat zitten, dan is dit om te gaan vliegen! (3) Een gamma-uil frontaal gefotografeerd: als je zijn ogen van dichtbij bekijkt, wordt het duidelijker waarom hij 'uil' wordt genoemd. (4) Nachtvlinders hebben prachtige antennes, zo ook deze beervlinder. Het zou jammer zijn om er in je foto's geen gebruik van te maken. Een portret geeft dit het best weer. Varieer van benadering naargelang de situatie zich voordoet. Zo blijft het voor jou ook leuk om vlinders te fotograferen. Anders krijg je allemaal dezelfde beeldopbouw, enkel verschillende soorten. Wees zo origineel mogelijk!

WELK MATERIAAL?
Ik gebruik een Nikon D700 fullframe camera. Het verschil met FX of DX (cropfactor) formaat is voor mij heel duidelijk zichtbaar in scherpte en ruis. Deze camera combineer ik met een Nikon 200mm macro objectief. Hoe langer je lens, hoe meer afstand je kan houden. Dat kan een voordeel zijn, omdat je niet zo dicht moet naderen - je onderwerp blijft langer zitten. Dat kan een nadeel zijn, omdat er meer storende elementen tussen objectief en onderwerp zitten. Wat wel een feit is: hoe langer je macrolens, hoe rustiger je achtergrond.
Start dus met een macrolens vanaf 90mm. Je hebt ook 100, 105, 150, 180 of 200mm. De lengte van de macrolens, bepaalt in combinatie met het merk, de prijs van het objectief. Algemeen is de regel: hoe langer, hoe duurder. Canon en Nikon lenzen zullen ook duurder zijn als Sigma, Tamron, ... Typ op Google gewoon eens het merk en type objectief in met 'review' erachter. Je vindt dan besprekingen terug over de kwaliteit van het objectief. Kijk, vergelijk en beslis wanneer je een objectief gaat aankopen.

LINKS
Soorteninformatie: http://www.vlindernet.nl/
Weerbericht: http://www.bdb.be/Productendiensten/Weerbericht/Onlineweerbericht/tabid/157/language/nl-BE/Default.aspx
Waarnemingen van dagvlinders: http://waarnemingen.be/waarnemingen_all_v1.php?groep=4